Jutterskuur

‘Harmen Wijnberg,  in 1957 geboren en getogen op Ameland. Ik heb 5 jaar lang in Leeuwarden in een kosthuis gezeten omdat ik daar naar school ging. Elk weekend was ik echter thuis op Ameland. Omdat er destijds nog geen vast werk voor mij was op Ameland, heb ik nog 5 jaar in Drachten gewerkt, maar kwam ik ook elk weekend thuis. Ik heb me ook nooit bij een andere gemeente ingeschreven, altijd gemeente Ameland. Ik werk nu bijna 36 jaar bij de gemeente en ben hier ambtenaar binnen het Sociaal Domein, met als hoofdtaak Sociale Zaken en werkgelegenheid en  daarnaast zeer actief in het sociaal team en het gebiedsteam.

‘Ik heb ook nog een eigen bedrijfje in het organiseren van natuurexcursies; voornamelijk wadexcursies. Tijdens deze excursies halen we soms kokkels, mossels en oesters en daarmee maken we in mijn Jutterskuur verse paella, en dat eten we dan met de hele groep op. Dit wordt ook wel eens gedaan met bijvoorbeeld bedrijfsuitjes of vrijgezellenfeestjes. Deze excursies – met bezoek aan de Jutterskuur – geef ik niet vaak, het is ook meer een hobby. Maar in deze schuur vieren we bijvoorbeeld ook kerst of kijken we voetbal. Dan hangen we een groot scherm neer, het is eigenlijk een schuur geworden van samenkomst. 

‘Deze schuur is wel heel erg speciaal. In 2007 was er een hele partij hout van een Zweeds schip aangespoeld. Wel meer dan 400 balken hebben wij daarvan meegenomen. Ik had toen vlak daarvoor een stukje land achter mijn huis bijgekocht en was al van plan daar een schuur op te bouwen, dus het aangespoelde hout kwam als geroepen. Het gehele geraamte van de schuur is dan ook gebouwd van strandhout, net als de tafels, de bar en de trap. 

‘Met jutten is het eigenlijk ook zo, wie het eerst komt, wie het eerst maalt. Je hebt namelijk de vloedlijn, tot daar komt het water en tot daar kan iets aanspoelen. Alles wat achter de vloedlijn ligt, is dus al van iemand anders en is al gevonden. Als het om hout gaat, legt men er soms ook een hoopje zand bovenop. Zo kan het namelijk niet aangespoeld zijn en dan blijft iedereen er af. Dit is een ongeschreven regel. 

‘Vroeger, zo ongeveer 300 jaar terug, had je zeilschepen. De bemanningen van deze schepen zaten maanden op zee en kregen te weinig vitamine C, en daardoor kregen ze vaak scheurbuik. Maar schepen die uit Canada en Australië kwamen, die hadden cranberries bij zich omdat daar zoveel vitamine C in zit. In deze schepen zat een heel groot vat vastgebonden aan de mast vol cranberries en daar mochten zeelieden elke dag een handjevol uitnemen, om scheurbuik tegen te gaan. 

‘Zulke schepen zijn gezonken boven de kust van Ameland. Die cranberries spoelden aan, dus de vogels aten ze op en poepten dan de zaadjes weer uit. Als dit op een nat plekje was, of in een valleitje met water, dan gedijen ze vaak en groeiden er weer bessenstruikjes uit, vandaar dat we tegenwoordig nog steeds cranberries op het eiland hebben.

Wij maken zelf een cranberrydrankje. Deze cranberries pluk ik dan in de duinen, op een paar geheime plekjes. Zelfs onze zoons weten niet waar ik de cranberries vandaan haal. Dit recept heb ik samen met wat vrienden en mijn vrouw gemaakt. Als start hebben we 6 verschillende soorten gemaakt en gingen we proeven welke het lekkerste was. Dat recept hadden we nog een beetje aangepast en dat maken we nu al jaren. De basis is brandewijn. Er zit ook honing van mijn broer in, die is imker. Verder nog kaneelstokjes en wat geheime ingrediënten. 

‘De koning is vorig jaar ook bij ons in de schuur geweest. Hij kwam naar het eiland om te kijken naar vormen van samenwerkingen in kleine gemeenschappen. Daar waar kleine samenlevingen heel coöperatief in kunnen zijn. De Amelanders waren – met behulp van gasten – bijvoorbeeld heel coöperatief met het gezamenlijk opruimen van de rommel die de overboord geslagen containers van de MS Zoe had achtergelaten. Vandaar het bezoek van de koning aan onze Jutterskuur.

‘Via de burgermeester is de koning bij ons gekomen. De burgemeester is een paar keer langs geweest en elke keer maakte hij foto’s in en om de schuur, terwijl hij aangaf dat de Commissaris van de Koning op bezoek zou komen. Alleen de laatste keer dat de burgemeester langs kwam, had hij allemaal onbekende mensen meegenomen, van die brede mannen. Ik dacht toen direct bij mezelf dit is beveiliging, die waren de vorige keren niet mee. Tegen mijn vrouw zei ik al “volgens mij komt Willem Alexander” en ze zei: ‘’Ja hoor; droom maar lekker verder’’. De dag dat de Commissaris zou komen was ik op het gemeentehuis aan het werk en de burgemeester riep me bij zich. Hij vertelde mij dat de koning in mijn schuur zou komen. “Dat dacht ik al”,  zei ik. De burgermeester zei, “dat kan niet, dat kon je niet weten”. Het was een hele bijzondere ervaring en in de avond besefte ik pas wat er allemaal was gebeurd die dag. Zoveel mooie momenten heb ik meegemaakt op Ameland en ik geniet nog dagelijks van dit mooie eiland.’